Voorbeeld 1 van de Verhuisregeling en duurzaamheidskorting
Je klant kocht op 1 januari 2025 een woning met energielabel A en verhuist in februari 2027 naar een woning met label C. De leningdelen uit 2025 kunnen worden meegenomen en behouden de voorwaarden van toen (o.b.v. duurzaamheidskorting). De duurzaamheidskorting vervalt, omdat de nieuwe woning label C heeft. Ook zijn de 24 maanden om te verduurzamen (gerekend vanaf de rentevaststellingsdatum 1 januari 2025) verstreken.
Voor nieuw afgesloten leningdelen in 2027 betaalt je klant het rentetarief per energielabel, dus in dit geval het rentetarief dat hoort bij label C.
Als je klant de nieuwe woning later verduurzaamt en een beter label laat registreren, kan dit tijdens de gehele rentevastperiode leiden tot een lagere rente voor de leningdelen die nieuw zijn afgesloten in 2027. Voor de meegenomen leningdelen verandert de rente niet, de termijn van 24 maanden voor duurzaamheidskorting is verstreken.
Voorbeeld 2 van de Verhuisregeling en duurzaamheidskorting
Je klant kocht op 1 maart 2026 een woning met energielabel D en verhuist in april 2027 naar een woning met label C. De leningdelen uit 2026 kunnen worden meegenomen en behouden de voorwaarden van toen (o.b.v. duurzaamheidskorting). De klant had in 2026 geen duurzaamheidskorting, omdat de woning geen label A of B had.
Voor de meegenomen leningdelen geldt geen duurzaamheidskorting, dit geldt alleen bij label A of B van de nieuwe woning. Als je klant de nieuwe woning verduurzaamt en vóór 1 maart 2028 label A of B registreert, krijgt hij mogelijk alsnog duurzaamheidskorting op de meegenomen leningdelen.
Voor nieuw afgesloten leningdelen in 2027 betaalt de klant het rentetarief per energielabel, dus in dit geval het rentetarief dat hoort bij label C. Als je klant de nieuwe woning later verduurzaamt en een beter label laat registreren, kan dit tijdens de hele rentevastperiode leiden tot een lagere rente voor de leningdelen die nieuw zijn afgesloten in 2027.